Hoe gaat het met... Kader Abdolah

Abdolah‘Grote onbereikbare dromen zijn geen bedrog’
Koop Auteur Kader Abdolah is één van ‘s lands grootste schrijvers. Hij heeft inmiddels heel wat prestigieuze titels op zijn naam staan, waaronder die van Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw en Chevalier dans l’Ordre des Arts et des Lettres. Zijn werk wordt in meer dan twintig taalgebieden gelezen. Een interview met een auteur die op een poëtische wijze verscheidene culturele invalshoeken naast elkaar kan plaatsen, een schrijver die denkt in oplossingen en die de verbeelding in ons wakker roept.
Door Rinske

 

In uw romans heeft de verbeelding een heel belangrijke rol. Dit is een essentieel deel van de Perzische literaire traditie. In Nederland leren de kinderen al snel ‘dromen zijn be- drog’, wat lopen de kinderen hierdoor mis?
‘O, even nadenken, ik denk dat je kinderen zeer beledigt door tegen hen te zeggen: dromen zijn bedrog. Deze opvatting is een misvatting. Uit bescherming gebieden ouders hun kinderen niet groot te denken, dat betekent dat je als kind de vleugels van je verbeelding moet afknippen, je wordt gekortwiekt! En dit alleen opdat je niet hoog zal kunnen vliegen. Ik verbaas me erover dat dit een echte Nederlandse uitdrukking is. Ne- derlanders hadden in de zestiende, zeventiende en achttiende eeuw dromen zo groot als oceanen waarover zij de hele wereld verkenden.

Natuurlijk weet ik wel dat het klimaat een belangrijke rol speelt in de karaktervorming van een bevolking. Ik dacht daar aan toen ik tijdens noodweer hardliep. Ik liep in een stuk na- tuur waar ik de weg goed ken. Door de storm en de regen raakte ik volledig de weg kwijt en ik bedacht me dat de Ne- derlanders zich in het verleden vaak zo klein moeten hebben gevoeld ten opzichte van de natuur. Zou dát het dan zijn, wat hen verleid heeft te proclameren dat “dromen bedrog” zijn? Eeuwenlang geteisterd door het water, door storm, levend in de moerassen – dat kan misschien de mensen tot die uitdruk- king hebben laten komen, zoals het ook de voedingsbodem van het calvinisme heeft kunnen zijn. Zo kwamen ouders er misschien toe om hun kinderen de waarschuwing mee te geven: “Pas op voor grote dromen!” Het heeft misschien een tijd gewerkt, het land heeft inmiddels een grote capaciteit. Op veel prominente plaatsen op de wereld werken Nederlan- ders op de achtergrond mee, maar ze staan niet graag op de voorgrond. Nederlanders houden zich het liefst gedeisd. Ne- derlanders zijn bijzondere mensen, maar Juist door de calvi- nistische houding zullen ze niet snel in staat zijn om zoiets als Facebook of Twitter op te richten. Grote onbereikbare dromen zijn geen bedrog, dat vertel ik onze scholieren. Hoe meer je durft te dromen, hoe helderder je dromen worden en hoe groter de kans dat je zelf in die droom stapt: dat je het wordt.’

kaderabdolahWaar komt die wijsheid vandaan?
‘Dit is mijn eigen levenshouding, maar ik ontdekte bij het ver- talen van de Koran dat het boek met name daarom draait, dat wordt ook heel duidelijk overgebracht. Het staat ook in de Bij- bel: “Gij zoekt en gij zult vinden, Gij klopt, en u wordt geopend, Gij roept en het wordt beantwoord.” Mensen realiseren zich niet waar dit echt over gaat, wat daarmee wordt bedoeld. Als je je verbeelding gebruikt wordt het gerealiseerd. Mohammed had die code ontdekt en probeerde zijn ontdekking over te brengen op de bevolking die het in die tijd erg slecht had. Hij was analfabeet, maar hij wilde het mooiste boek van de wereld schrijven, hoe hij het gedaan heeft weten we niet, maar hij heeft 1400 jaar geleden een boek geschreven dat door heel veel mensen als een bijzonder boek wordt ervaren. Dezelfde methode heeft Mozes gebruikt, op naar het beloofde land. Ook Jezus heeft dit gedaan. Ik zie die boeken niet als religieuze teksten, maar als menselijke ervaringen, ontdekkingen.’

Wat is de manier voor u om tot goede literatuur en diepere inzichten te komen?
‘Mijn geest moet vrij kunnen rondzwerven, ontspannen zijn. Soms krijgt een scène vorm in een droom, een andere keer terwijl ik hardloop. Hardlopen en nadenken in de mist of regen – daar krijg je de mooiste scènes mee. Vaak schudt mijn lichaam (mijn onderbewuste) mij wakker midden in de nacht. Het onderbewuste geeft me nieuwe inzichten, nieuwe hoofdstukken.’

Schrijft u bij aanvang uw manuscript met pen in een schrift, of werkt u direct aan de computer?
‘In Iran schreef ik alleen met een potlood en gom. Ik heb nog steeds een eeltplekje op mijn vingers van het veelvuldig hanteren van het potlood! Later schreef ik met pen, met kant- tekeningen naast mijn teksten. Die correcties werden zo tal- rijk dat het een soort kunstwerkjes in de kantlijn werden. In Nederland ben ik overgegaan op de computer. Mooie ontwik- keling maar de enorme kracht en moeite die je in je tekst gestopt hebt zie je niet meer.’

Bent u anders gaan schrijven toen u het papier verruilde voor de computer?
‘Op papier schrijf ik compacter, er kan immers niet geknipt en geplakt worden. Op de computer gaat dat heel makkelijk, met als gevolg dat ik rustig honderd pagina’s weg kan tik- ken, gewoon alleen om op te warmen. Dat is een aardige bij- komstigheid, maar grote lappen tekst worden ook weer snel onoverzichtelijk.’

Is schrijven schrappen?
‘Ik breng wel vaker achthonderd pagina’s terug naar vierhon- derd pagina’s, niet zelden worden daar goede resultaten mee behaald, dus ja. De schrijver is een mijnwerker.’

Hoeveel versies maakt u doorgaans?
‘Dat verschilt per keer: vijf of zes, waarvan er één geheel uit- gewerkt wordt.’ 

Zou u er bezwaar tegen hebben als die andere versies zouden worden gepubliceerd, bijvoorbeeld na uw dood?
‘Dat zal dan ter beoordeling zijn van mijn erfgenamen. Ik heb daar geen oordeel over. Dan is het niet van mij. Want ik ben er niet meer.’

Wat bent u liever: columnist of schrijver?
‘Mijn columns werden voor een krant geschreven. Een krant gooien mensen vaak de volgende dag weg. Natuurlijk kun je de columns ook bundelen en uitgeven, maar toch kan je het gevoel bekruipen van “verloren tijd”. Een roman blijft. Daar- entegen is een column erg compact geschreven, en daarmee is het een perfecte oefening om de dag mee te beginnen. Ik heb het echter achttien jaar gedaan, en dat was te lang. Het is niet gezond voor een schrijver om een columnist te blijven.’

Uw schrijfstijl is compact en het laat een unieke zweem van suggestie over voor de lezer. Hoe komt u aan deze schrijfstijl?

‘Ik ben opgegroeid met een vader die doof stom was, waar- door ik mijn zinnen compact in gebaren moest formuleren. Daarnaast is de Perzische literatuur kort en bondig. Tot slot ben ik in het Nederlands gaan schrijven toen ik nog maar pas hier woonde, ik beheerste de taal nog niet erg goed en gebruikte de stijl als noodgreep.’

U schreef in Iran onder een pseudoniem, u kon niet an- ders gezien de politieke situatie. In Nederland zijn er steeds minder auteurs die onder pseudoniem schrijven. Er is namelijk een computerprogramma dat herkent welke schrijver er achter het pseudoniem zit door middel van woordherkenning. Op welke manier is schrijven onder een pseudoniem anders dan schrijven onder je eigen naam?
‘Met een pseudoniem creëer je een nieuwe "ik" voor jezelf. Een pseudoniem kan je vleugels geven, zoals een romanfiguur dat kan. Andere eigenschappen worden in je wakker geschud. Zoals ook een taal andere eigenschappen in je kan aanboren.’

Is de taal zo’n krachtig apparaat?
‘Jazeker. Met de taal wordt een cultuur gevormd. De grote groep immigranten die nu Europa binnenkomt, is op zoek naar een nieuwe identiteit. Dat is nu voor hen onzeker goed, dat zij opnieuw willen gaan vormgeven. De manier om dit te creëren is om je nek uit te steken: praten, de taal te gebruiken, meedoen. Zo verging het mij ook. Ik voelde me gekoloniseerd door de taal, het heeft alles bepaald. Ik heb een nieuwe identiteit gecreëerd. Ik schreef nieuwe boeken, ik kreeg nieuwe vrienden, ik bediende mij van een nieuwe zinsbouw, en ik kreeg nieuwe lezers. Mensen doen er goed aan om hun ang- sten te overwinnen en een nieuwe wereld te betreden. Mijn boeken staan nu op de leeslijst van scholen. Hierdoor worden mensen bijvoorbeeld vertrouwd met Perzisch gedachtegoed. Zo gaan bevolkingsgroepen langzaam in elkaar over.’

De opbouw van een fragiele relatie tussen oude en nieuwe Nederlanders is ook de thematiek in uw laatste boek Papegaai vloog over de IJssel. Waarom heb je 25 jaar gewacht met de publicatie van deze roman?
‘Het betrof nationale politiek. Dat betekende dat ik het zelf niet kon bedenken, ik moest het meemaken. Het verhaal moest “gegist” worden. Zulke historische maatschappelijke kwesties hebben niet minder dan een kwart eeuw nodig om het in literaire geest te kunnen presenteren. Papegaai vloog over de IJssel is een fictie, maar een fictie waar ik eerst in moest blijven wonen.’

Wat hoop je dat het effect is van Papegaai vloog over de IJssel op de Nederlandse en de allochtone lezer?
‘Dat de terughoudendheid van bevolkingsgroepen naar elkaar wordt overwonnen. Ook gaat dit boek over acceptatie: het is wat het is, en het is het leven.’

Waar bent u op het ogenblik aan bezig?
‘Mijn nieuwe roman speelt zich af aan het einde van de negentiende eeuw. Dit was de tijd van de grote wereldtentoonstellingen. De Perzische sjah reisde van Rusland naar Frankrijk en werd overal in hoge kringen ontvangen. Hij ging op bezoek bij wetenschappers, schrijvers en filosofen. Hij bezag Europa in de negentiende eeuw door Perzische ogen. Ook vlecht ik er een andere verhaallijn doorheen, die zich in de huidige tijd afspeelt. Het boek zal volgend jaar rond oktober verschijnen. Het is zo mooi om al die boeken in het Nederlands te schrijven. Geniet ervan. Salam.’

Twitter

Social media

twitterFacebook

Contact

Stip Media

Louise de Colignystraat 15 

1814 JA Alkmaar

+3172 531 49 78

info@boekenpost.nl