Ridders, meisjes en de Bijbel

minecraftZo halverwege het jaar, de vakantie voor de deur, is het moment om even stil te staan bij de ontwikkelingen in de wereld van de strip. In dit artikel zien we onder andere dat een stripreeks tegelijk een mijlpaal bereikt en wordt voortgezet door twee nieuwe makers en kijken we naar twee subgenres die enigszins tegen de stroom in het medium nog altijd als trendy weten neer te zetten.

Door Wilco Tuinenburg

 

Strips voor meisjes

De strip verliest immers al enige tijd de grip op wat van oudsher de voornaamste doelgroep was: de jonge, mannelijke lezer. De tijd dat jongens zich met rode oortjes verloren in een spannend beeldverhaal lijkt al enige tijd achter ons te liggen. Voor dit feit zijn verschillende redenen te bedenken, waar ook weer verschillende meningen over bestaan. Een factor van belang is in ieder geval dat het nu via computerspelletjes mogelijk is zelf avonturen te beleven. De tijd die daar in gaat zitten laat weinig ruimte voor andere activiteiten.

Wanneer bovenstaande enigszins hout snijdt, hoeft het eigenlijk geen verrassing te zijn dat het genre van de meisjesstrip zich positief onderscheidt. Meisjes lezen sowieso al veel meer dan jongens en zijn juist erg geïnteresseerd in herkenbaarheid en een gevoel van wederzijdse empathie bij een personage. Via een spel doen alsof je die held(in) bent is niet waar het om gaat. Een meisje leest graag over een ander meisje. Vooral als die worstelt met dezelfde gevoelens omtrent liefde, vriendschap en opgroeien. Weten dat je niet alleen bent is voor meisjes belangrijker dan zelf de held spelen.
Strips waarin meisjes zichzelf en hun vriendinnen herkennen bestaan dan ook al lang. Het weekblad Tina heeft daar het hele bijna vijftigjarige bestaan al in gegrossierd. In het begin speelt daar het avontuurlijke element nog een rol door een ongewone achtergrond als een kostschool of het wegdromen bij het alledaagse omdat de heldin niet alleen een meisje als alle anderen was, maar aan het eind ook nog eens van adel bleek! De laatste decennia houdt men zich echter vooral bezig met de leefwereld van de lezer van het blad. De gagstrip over het schoolmeisje Noortje en haar familie is het eerste grote succes op dit vlak. Tekenaar Jan Steeman en scenariste Patty Klein starten de strip in 1975 en door simpelweg alleen de omgeving aan te passen aan de eenentwintigste eeuw blijft deze traditionele, komisch realistisch getekende strip een succes onder de jonge lezeressen.
Noortje is echter niet meer alleen. In het eigen weekblad wordt ze al naar de kroon gestoken door de creatie Suus en Sas van stripmaker Gerard Leever. In plaats van een schoolmeisje hebben we er hier twee. Deze tweeling volgt niet alleen de loop van de tijd, maar staat er middenin. Getekend in een vlotte, karikaturale stijl heeft de strip de adem van deze eeuw.

Dat de strip voor meisjes geen Nederlandse mode is, blijkt uit de verschillende Franstalige reeksen die ook bij ons vertaald verschijnen. Series als Sisters en Tamara vinden ook hier gretig aftrek. Met name die laatste valt extra op. De hoofdpersoon is geen vlotte meid met een slanke taille, maar een klein dikkerdje. Stripmakers Darsse, Bosse en Zidrou hebben met Tamara een aansprekend karakter geschapen, dat nu eens echt wat meer reden tot twijfels en onzekerheden heeft dan het doorsnee leuke schoolmeisje. ‘De dikkerd is de melaatse van de moderne tijden’, weet Tamara in haar donkere momenten van vertwijfeling. Maar vooral weet ze te lachen en dat haar eerste keer seks dan met de meest populaire jongen van de klas is, vergeven we haar. Er moet ook iets te zwijmelen blijven.
De albums van Tamara vinden hun weg naar het publiek en dat hoeft er niet lang op te wachten. Deel 8 in de reeks is deze lente verschenen en voor juni staat het album Diego al weer in de planning, want dat haar relatie met deze knappe klasgenoot niet over rozen gaat spreekt natuurlijk voor zich.

De klas van Tamarastrip000

Religie en strips

 

Het is opmerkelijk dat ook de religieus getinte strip niet of nauwelijks gebukt lijkt te gaan onder een afname in populariteit van het medium. Of dat gepaard gaat met hoge verkoopcijfers is onduidelijk, maar dat het beeldverhaal graag wordt ingezet om de jeugd christelijke waarden mee te geven, lijkt niet te veranderen. Dat heeft misschien te maken met de conservatieve aard van sommige religieuze groepen. Kan het zijn dat men daardoor langer de strip ziet als de voornaamste manier om jongeren via hun interessewereld te bereiken?

Hoe dan ook is er voor die religieuze strip wel het een en ander veranderd. Te lang hoopte men de jeugd bereiken door op een geforceerde manier populair te doen met een uitingsvorm waar men eigenlijk zijn bedenkingen bij had. Als kinderen dan per se liever tekeningen lazen dan een degelijk boek, dan moest de inhoud in elk geval wel verantwoord zijn. Zo verschenen er strips die niet door striptekenaars werden gemaakt maar door een familielid van de een of ander die ‘niet onaardig’ tekende. Helaas was het tekenwerk niet zelden ronduit slecht. Koppel dat aan een boodschap die zo weinig subtiel naar binnen werd geduwd dat het elke oprecht spannende of amusante verhaalopbouw in de weg stond, en je hebt een uitermate slechte strip die de doelgroep in het geheel niet kan boeien.

Tegenwoordig pakt men het anders aan. Er wordt heel goed gekeken naar wat in de mode is en daar haakt men op in. En gelukkig hebben de tekenaars van nu hun potlood nu niet alleen eerder vastgehouden om een beetje te droedelen tijdens een saai telefoongesprek. Zo verscheen in 2009 al de Mangabijbel, waarbij tekenaar Siku Bijbelverhalen uitwerkt in de stijl van die dynamische Japanse tekenstijl. Van eind vorig jaar is De kleine pelgrim van Arjen Niezen, een modern ogende stripbewerking voor de jeugd van het bijna 3,5 eeuw oude werk De Christenreis van John Bunyan. En op het punt van verschijnen staat De superheldenbijbel door Siku, Richard Thomas en Jeff Anderson. De epische verhalen uit de Bijbel getekend in de stijl van de Amerikaanse superheldencomics.

Recentelijk weet men de strip te combineren met andere jeugdinteresses. Begin 2015 verscheen de uitgave De Bijbel in 1001 blokjes van Brendan Powell Smith, een verbeelding van het Oude Testament waarbij de scènes met Legoblokjes zijn uitgewerkt. De jongste aanwinst in deze soort is De (onofficiële) Bijbel voor Minecrafters, door Garrett Romines en Christopher Miko. Geen tipboek voor liefhebbers van het bekende computerspel, maar in Minecraft nagebouwde verhalen uit het Oude en Nieuwe Testament, uitgegeven als een dikke graphic novel van bijna driehonderd bladzijden.

De Rode Ridder 250 albums jong

De Rode Ridder is een schepping van de bekende Vlaamse strippionier Willy Vandersteen, de vader van Suske en Wiske. Wanneer de strip in 1959 het daglicht ziet is deze held uit de middeleeuwen al bekend uit jeugdboeken van de hand van Leopold Vermeiren en Vandersteen maakt er met diens toestemming een eigen stripcreatie van. Karel Biddeloo is vanaf het album 37 de vaste inkter en krijgt zeven avonturen later de reeks volledig toegewezen en schrijft en tekent alles zelfstandig. Hij maakt van de strip een groot succes. Onder zijn hand neigt de serie wat naar een Vlaamse Conan. Hoewel de held Johan een ridder is en geen barbaar, wordt hij door Biddeloo naast oorlog en geweld steeds meer geconfronteerd met monsters en zwarte magie. Karel Biddeloo ontwikkelt zo een geheel eigen sword & scorcery-genre van de Lage Landen. Helaas overlijdt Biddeloo te vroeg. Hij is zestig wanneer hij in 2004 aan kanker bezwijkt.

strip001De serie wordt na zijn dood voortgezet door tekenaar Claus Scholz en onze eigen Martin Lodewijk (van Agent 327). De focus verschuift weer meer naar het ridderverhaal en Lodewijk veroorlooft zich een tijdsspanne van honderden jaren om zijn drang historische feitelijkheden in een verhaal te verweven de ruimte te bieden.
Wanneer Scholz met pensioen gaat en Lodewijk de reeks loslaat omdat hij wat meer vrije tijd wil hebben, besluit de uitgever tot vergaande wijzigingen. Nummer 250 in de reeks verschijnt in mei dit jaar en kent een nieuw duo aan het roer. Marc Legendre die al vanaf 2012 wisselende scenario’s voor de reeks aanlevert wordt gekoppeld aan de Italiaanse tekenaar Fabio Bono. Legendre is ooit als tekenaar succesvol geweest met de gagstrip Biebel en Bono is met de middeleeuwen bekend door zijn strip De Tempeliers.
Dit tweetal heeft duidelijk de opdracht Johan de Rode Ridder te moderniseren. Hun avontuur heet De uitverkorene en is het eerste deel van een tweedelig verhaal dat de basis moet leggen voor een cyclus van negen delen. Het uiterlijk van de strip is sterk veranderd. Niet alleen is het formaat anders en de opmaak van de pagina’s minder verdeeld in traditionele halve paginablokken, ook het verhaal wil met bekende elementen een andere kant op. Zo lijken oude clichés ingewisseld voor meer moderne. De Rode Ridder kent nu emoties die hem eerder onbekend waren. Na de verschrikkingen van de kruistochten wordt hij geplaagd door nachtmerries. Op zich siert het hem dat hij gebukt gaat onder de wreedheden van de mens, maar na 249 albums waarin hij verschrikkelijke gevechten heeft moeten voeren tegen mens en onmens, overtuigt dit element nog niet direct. Al is alleen die ontwikkeling reden genoeg de voortgang van de Rode Ridder in de gaten te houden.

Twitter

Social media

twitterFacebook

Contact

Stip Media

Louise de Colignystraat 15 

1814 JA Alkmaar

+3172 531 49 78

info@boekenpost.nl