Buitenaards leven

buitenaardslevenOp dit device uit 1691 (Amsterdam, Daniel de la Feuille) is een telescoop te zien, gericht op het sterrenbeeld Hercules. De fascinatie voor het onbekende is zo oud als de mens zelf: of het nu gaat om exotische verre landen, het leven in diepe oceanen, verre landen en planeten. In de zeventiende eeuw maakte de vooruitgang het mogelijk om met lenzen de kleine en voorheen onzichtbare deeltjes te zien. Aan de andere kant maakten lenzen het ook mogelijk om verder te kijken en met telescopen planeten dichterbij te halen. Bij elke ontdekte planeet viel vroeg of laat de vraag: is hier leven aanwezig?

Door Trude Dijkstra en Rindert Jagersma

 

Opvattingen over buitenaards leven zijn dubbel. Wie zegt te geloven in ufo’s (in de vorm van buitenaardse vervoersmiddelen) of grijze grootogige aliens, of er zelfs eentje gezien te hebben, wordt meewarig aangekeken. Aan de andere kant reageren zelfs de meest serieuze media dolenthousiast als er op een verre planeet water is gevonden waardoor er in theorie leven mogelijk is: afgelopen zomer nog bij de ontdekking van Proxima b. Al is het maar in haar meest beperkte vorm; bacteriën tellen dan ook als buitenaards leven.

Het geloof – of: hoop, verwachting, kansberekening, noem het wat je wilt – dat er ergens leven is op de verre sterren aan het firmament is zo oud als de mensheid zelf. Vaak wordt literatuur erover aangeduid als sciencefiction, dat de zweem heeft van dikke-duim-werk. Hoewel SF vooral (onterecht) synoniem lijkt te staan voor pulp uit de vorige eeuw, kennen ook de zeventiende en de achttiende eeuw al vormen van SF, bedreven door de serieuze geleerden.

Een van de zeventiende-eeuwse wetenschappers die zich op het terrein van de sciencefiction begaf was Christiaan Huygens (1629-1695), een van de grootste geleerden van zijn tijd en levenslange liefhebber van astronomie. Hij beschreef als eerste de ringen van Saturnus en haar maan Titan. Zijn Cosmotheoros (1698) handelt over de kosmologie, maar mede wegens zijn verhandelingen over eventueel buitenlands leven kan het onder de vroege SF worden geschaard. Het boek was in zijn tijd al erg populair, met vertalingen in het Zweeds en Russisch. Zelfs Leibniz keek uit naar de publicatie van dit werk.

Huygens’ Cosmotheoros is meer dan een vroeg SF-verhaal. Het is een satire, bedoeld om de lezers aan het denken te zetten. Wie accepteerde dat het heelal niet om de aarde draaide (Copernicus), moest ook de mogelijkheid accepteren dat de aarde niet de enige planeet met leven was. Huygens fantaseerde over buitenaards leven en haar inwoners die hij de ‘Dwaalstarrelingen’ noemde. Het eerst gedeelte van de Cosmotheoros gaat dan ook voornamelijk over de mogelijke levensbeschrijvingen van de ‘ingezetenen der Dwaalstarren’. Kennen ze een maatschappij? Hoe ziet hun bouwkunst en scheepvaart eruit? Of hun zintuigen: hebben ze zicht, gehoor of reukvermogen? Kennen ze een schrijfkunst en zangkunst? Ook ging Huygens dieper in op hun planeet zelf en haar geologie. Huygens beschreef de wezens als niet-menselijk, maar wel rationeel. Hij stelde hiermee ook de vraag welk gevolg buitenaards leven had voor onze bestaande religie? Het buitenaards leven kon immers worden gezien als een bedreiging voor de godsdienst en de kerk. Huygens draaide het echter om. Zoals er ook mensen zijn op andere continenten, zo beredeneerde Huygens, was leven op een planeet buiten de onze juist een teken van Gods almacht. Om de kerk niet te veel tegen zich in het harnas te jagen had Huygens als disclaimer ingevoerd dat buitenaardsen in ieder geval niet volmaakter waren dan de mens op aarde – geschapen naar het evenbeeld van God.

Een ander populair zeventiende-eeuws SF-verhaal is afkomstig van gravin Margaret Cavendish (1623-1673) en haar The Blazing World dat niet alleen als vroege SF kan worden beschouwd maar ook als proto-feminisme. In haar verhaal verwerkte ze populaire en nieuwe wetenschapstheorieën en leverde ze politieke kritiek en maatschappijkritiek. De literaire werken over buitenaards leven waren in de zeventiende eeuw vooral literaire satires, gericht tegen de heersende opvattingen op het gebied van geloof en wetenschap. Door kritiek te leveren op het leven van verre samenlevingen gaf men antwoord op maatschappelijke vraagstukken. Zoals het tegenwoordig vooral gaat over de ethische vraagstukken tussen mens en robot (met Mary Shelley’s Frankenstein als vroeg voorbeeld), kunstmatige intelligentie en dystopische boeken die beelden schetsen van samenlevingen waarin we liever niet terechtkomen.

Twitter

Social media

twitterFacebook

Contact

Stip Media

Louise de Colignystraat 15 

1814 JA Alkmaar

+3172 531 49 78

info@boekenpost.nl